Margot

Margot
Ook ik had een velamenteuze insertie en vasa praevia, wat pas na de bevalling van mijn zoon ontdekt werd.

Begin januari 1999 vond ik uit dat ik voor de tweede keer zwanger was. Mijn eerste zwangerschap (een dochter) was goed verlopen, alleen tijdens de laatste maand had ik een verhoogde bloeddruk zonder verdere complicaties en ook de bevalling was standaard.

Zeven weken zwanger van mijn zoon verloor ik opeens bloed. Het stopte en begon een kwartier later weer. Omdat ik perse wilde weten of het wel of geen miskraam was, hebben ze in het ziekenhuis een echo gemaakt waaruit bleek dat het hartje klopte. Ik had overigens geen pijn of kramp. Natuurlijk wisten ze in het ziekenhuis niet waar het vandaan kwam. Met dertien weken had ik een eenmalige bloeding toen ik ’s morgens opstond en een uur later een bloedstolsel. Ik was nu zeker van een miskraam. Toen ik een paar dagen later bij de vroedvrouw kwam, klopte het hartje wel degelijk. Het kostte haar alleen veel moeite om de hartslag te vinden, vrij ongebruikelijk volgens haar.

Achteraf lijkt me duidelijk dat het samenhing met de velamenteuze insertie. In Amerika doen ze routine echo’s met 22 weken en volgens de obstetrist zag alles er goed uit. Alles prima en ik voelde me goed. Ik kreeg nog een echo met 36 weken omdat de vroedvrouw dacht dat de baby in een stuit lag. Dat bleek niet zo. Een dag voor de uitgerekende datum begonnen ’s avonds langzaam de weeen. Ik ben gewoon naar bed gegaan en om 6 uur de volgende morgen opgestaan met sterke weeen. De vliezen waren niet gebroken. Ik dacht om 9.30 dat het echt niet lang meer zou duren en we besloten naar het ziekenhuis te gaan. Na een bad voelde de vroedvrouw hoe ver de ontsluiting was en toen zei ze dat ze een ‘knoop’ voelde. Ze wist niet precies wat. Op het laatste moment brak ze de vliezen (ver weg van de knoop) en 20 minuten later, om 11.15 is mijn zoon geboren.

De nageboorte liet zien dat de ‘knoop’ een van de foetale vaten was die over de vruchtzak liepen. De vroedvrouw noemde de naam ‘ velamenteuze insertie’, iets dat ze in haar praktijk nog nooit gezien had en voegde er aan toe dat “you dodged the bullet”, uitleggend hoe levensbedreigend een ruptuur in de foetale vaten zou zijn geweest. Bovendien had het bloed bij een bloeding tijdens de bevalling eerst nog herkend moeten worden als het bloed van het kind. Ze zond de nageboorte naar pathologie, prees mij voor de makkelijke bevalling en zei terloops dat ik zonder problemen nog een kind kon baren. Onze zoon was klein (2580 gr.) maar gezond en om zes uur ’s avonds was ik alweer thuis. We waren ontzettend blij met ons nieuwe kind en de potentieel fatale conditie was meer een voetnoot. Na een paar maanden wilde ik toch meer weten en zocht op het internet zonder veel resultaat.